Amsterdam zoekt nadrukkelijker naar manieren om de overlast door dakloosheid in de stad terug te dringen.

Een van de maatregelen die daarbij steeds vaker wordt ingezet, is het begeleiden van dakloze EU-burgers terug naar hun land van herkomst.
Het gaat om honderden mensen per jaar, voornamelijk afkomstig uit Oost- en Midden-Europa. De aanpak roept vragen op, maar krijgt binnen het stadsbestuur steeds meer steun.
Volgens de gemeente is het geen harde uitzetting, maar een vorm van vrijwillige repatriëring, waarbij hulporganisaties een centrale rol spelen.
Druk op de stad neemt toe
De problematiek rond dakloosheid is al jaren zichtbaar in de hoofdstad. Openbare plekken, stations en winkelgebieden krijgen te maken met bedelaars, mensen die slapen in portieken en overlast door verslavingsproblematiek. Vooral in het centrum en rond grote knooppunten zorgt dat voor spanningen tussen bewoners, ondernemers en hulpverleners.
Het stadsbestuur van Amsterdam erkent dat bestaande opvangvoorzieningen niet altijd geschikt zijn voor iedereen. Met name dakloze EU-burgers vallen vaak tussen wal en schip, omdat zij geen recht hebben op dezelfde sociale voorzieningen als Nederlandse burgers.
Repatriëring als onderdeel van het beleid
Burgemeester Femke Halsema heeft aangegeven dat terugkeer naar het land van herkomst vaker kan worden ingezet als onderdeel van het bredere beleid tegen dakloosheid en overlast. Het gaat daarbij niet om dwang, maar om begeleiding.
De gedachte achter deze aanpak is dat sommige dakloze EU-burgers in hun eigen land meer kans hebben op passende zorg, opvang of ondersteuning, zeker als familie of lokale instanties daar nog bereikbaar zijn.
Honderden mensen per jaar begeleid terug
In 2024 zijn meer dan vijfhonderd mensen met hulp van gespecialiseerde organisaties teruggekeerd naar hun land van herkomst. Het gaat vooral om mannen tussen de 30 en 50 jaar, afkomstig uit landen als Polen en Roemenië. Deze groep vormt een aanzienlijk deel van de dakloze populatie die zichtbaar is op straat.
De begeleiding wordt uitgevoerd door organisaties zoals De Regenboog Groep en Per Mens. Zij helpen bij het regelen van documenten, vervoer en contact met instanties in het buitenland.
Verslaving speelt vaak een grote rol
Een belangrijk deel van deze groep kampt met ernstige verslavingsproblemen. Met name crackgebruik komt veel voor. Hulpverleners signaleren dat sommige mensen pas in Nederland verslaafd zijn geraakt, mede doordat bepaalde drugs hier relatief goedkoop en makkelijk verkrijgbaar zijn.
Door hun verslaving raken zij sneller hun werk kwijt, verliezen zij huisvesting en belanden zij uiteindelijk op straat. Om te overleven bedelen sommigen of verzamelen zij blikjes en flessen voor statiegeld. Dat leidt tot zichtbare armoede, maar ook tot irritatie en onveiligheidsgevoelens bij omwonenden.
Kwetsbare groep zonder vangnet
Maatschappelijk werkers benadrukken dat het om een zeer kwetsbare groep gaat. Dakloze EU-burgers hebben vaak geen sociaal netwerk meer in Nederland en weten de weg naar hulpinstanties niet te vinden. Tegelijkertijd komen zij niet in aanmerking voor langdurige opvang of uitkeringen.
Volgens hulpverleners is terugkeer naar het land van herkomst soms de enige realistische optie om verdere afglijding te voorkomen. Daar bestaat in sommige gevallen nog wel familiecontact of toegang tot zorgvoorzieningen.
Vrijwillige terugkeer, geen uitzetting
Belangrijk detail is dat het in de meeste gevallen gaat om vrijwillige terugkeer. EU-burgers mogen zich vrij bewegen binnen de Europese Unie en kunnen niet zomaar worden uitgezet. Dat betekent dat repatriëring alleen mogelijk is als iemand daar zelf mee instemt.
De begeleiding is erop gericht om die stap zo laagdrempelig mogelijk te maken. Mensen krijgen uitleg over de mogelijkheden, worden geholpen met praktische zaken en krijgen soms alvast contact met opvanglocaties of hulpverleners in het thuisland.
Samenwerking met hulporganisaties
De gemeente werkt nauw samen met hulporganisaties die ervaring hebben met deze doelgroep. Zij fungeren als brug tussen de straat en de terugkeer.
Vaak zijn zij ook degene die het vertrouwen van de dakloze weten te winnen, wat essentieel is om iemand te overtuigen mee te werken.
In sommige gevallen blijkt terugkeer een succes: mensen komen terecht in opvang, starten een behandeling of vinden weer aansluiting bij familie. In andere gevallen blijft het onzeker hoe het verder verloopt, zeker wanneer verslavingsproblemen hardnekkig zijn.
Kritiek en zorgen over de aanpak
De aanpak is niet onomstreden. Critici stellen dat repatriëring vooral een manier is om problemen uit het straatbeeld te verwijderen, zonder structurele oplossingen te bieden. Zij vrezen dat mensen na terugkeer opnieuw dakloos raken of zelfs weer richting Nederland trekken.
Ook wordt de vraag gesteld of Nederland niet mede verantwoordelijkheid draagt voor verslavingen die hier zijn ontstaan. Hulpverleners erkennen die zorg, maar wijzen erop dat de huidige situatie vaak uitzichtloos is zolang mensen op straat blijven leven.
Gemeente wil aanpak uitbreiden
De gemeente onderzoekt momenteel hoe de repatriëringsaanpak verder kan worden uitgebreid en structureel kan worden ingezet.
Daarbij wordt gekeken naar betere samenwerking met buitenlandse instanties en naar mogelijkheden om terugkeer duurzamer te maken.
Het doel is niet alleen het verminderen van overlast, maar ook het bieden van perspectief aan mensen die vastlopen in de Nederlandse opvangstructuur.
Balans tussen menselijkheid en leefbaarheid
Het debat over dakloze EU-burgers raakt aan een bredere discussie over solidariteit, verantwoordelijkheid en leefbaarheid in grote steden.
Enerzijds is er de menselijke kant: mensen in nood die hulp nodig hebben. Anderzijds is er de druk op buurten, ondernemers en openbare ruimtes.
Amsterdam zoekt zichtbaar naar een middenweg. Door repatriëring als optie aan te bieden, probeert de stad zowel de straatdruk te verlagen als individuen een nieuwe start te geven. Of die balans in de praktijk werkt, zal de komende jaren moeten blijken.
Blijvend vraagstuk voor grote steden
De situatie in Amsterdam staat niet op zichzelf. Ook andere Europese steden worstelen met dakloze EU-burgers en beperkte bevoegdheden om in te grijpen. De discussie over terugkeer, opvang en Europese samenwerking zal daarom voorlopig niet verdwijnen.
Wat vaststaat: dakloosheid laat zich niet eenvoudig oplossen.
Repatriëring is geen wondermiddel, maar voor sommige mensen wel een laatste kans op hulp buiten de straat. En voor Amsterdam een poging om grip te krijgen op een hardnekkig probleem dat steeds zichtbaarder wordt.