
In een ziekenhuis in Luik waakt Huseyin onafgebroken aan het bed van zijn dochter Roze. Geen minuut wil hij van haar zijde wijken. De 18-jarige ligt zwaargewond in het brandwondencentrum, haar lichaam ernstig verbrand na het dodelijke inferno in een kelderbar in Zwitserland tijdens oudejaarsnacht. Terwijl machines zachtjes piepen en artsen af en aan lopen, leeft haar vader tussen hoop en wanhoop. “Ik praat tegen haar, ook al weet ik niet of ze me hoort,” zegt hij. “Ik wil dat ze weet dat ze niet alleen is.”
Roze was die nacht samen met vrienden in de bar om het nieuwe jaar te vieren. Toen het vuur uitbrak, ontstond paniek. Mensen probeerden te vluchten, maar de rook en de vlammen verspreidden zich razendsnel in de ondergrondse ruimte. Roze was aanvankelijk veilig buiten, maar merkte dat een goede vriendin nog binnen was. Zonder aarzeling keerde ze terug de brandende kelder in. Het was een beslissing uit pure loyaliteit en moed, maar met desastreuze gevolgen voor haarzelf.Ze werd later bewusteloos teruggevonden en met zware brandwonden over grote delen van haar lichaam afgevoerd. Sindsdien vecht Roze voor haar leven. Artsen houden haar kunstmatig in slaap om haar lichaam rust te geven. Operaties volgen elkaar op en elke dag blijft kritiek. Haar vader beschrijft haar als een levenslustige, zorgzame jonge vrouw, iemand die altijd klaarstond voor anderen. “Dit typeert haar,” zegt hij. “Ze dacht niet aan zichzelf.”
Het verdriet van Huseyin is overweldigend, maar beperkt zich niet tot zijn eigen gezin. Hij denkt voortdurend aan de andere slachtoffers van die nacht. Veertig mensen kwamen om het leven in het inferno. “Al die ouders, al die families… niemand zou dit moeten meemaken,” zegt hij met gebroken stem. De pijn om zijn dochter vermengt zich met een collectief rouwgevoel dat geen woorden kent.Onder dat verdriet schuilt ook woede. Woede die steeds sterker wordt naarmate de dagen verstrijken. Huseyin stelt harde vragen over de veiligheid van de bar, over nooduitgangen, over toezicht en verantwoordelijkheid. “Hoe kunnen de eigenaars van die bar nog in de spiegel kijken?” vraagt hij zich af. “Zoveel jonge levens zijn verwoest. Dit had nooit mogen gebeuren.”
Terwijl het gerechtelijk onderzoek loopt, klampt Huseyin zich vast aan één gedachte: dat Roze zal overleven. Hij slaapt op een stoel naast haar bed, eet nauwelijks en verlaat de kamer alleen wanneer het echt moet. Elke kleine verbetering, hoe minimaal ook, voelt als een overwinning. “Zolang ze ademt, blijf ik hier,” zegt hij vastberaden. “Mijn dochter heeft gevochten voor haar vriendin. Nu vecht ik voor haar.”