
In het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) komt Bart langs voor een controle van zijn beenprotheses. De opgewekte 8-jarige heeft al op jonge leeftijd een zware periode doorgemaakt. Toen hij drie jaar oud was, werd hij getroffen door meningokokkensepsis en verkeerde hij in levensgevaar. Met zijn moeder Anita blikt hij in ‘Het Kinderziekenhuis’ terug op die ingrijpende tijd.
“Dat is uiteindelijk zijn redding geweest”
Vijf jaar geleden werd Bart in kritieke toestand opgenomen in het WKZ. Artsen stelden vast dat hij meningokokkensepsis had, een ernstige bacteriële bloedvergiftiging die zich razendsnel kan ontwikkelen en vaak fataal is. Bij Bart leidde de infectie tot het verlies van meerdere ledematen. “Hij mist zijn linkerhand. Hij mist delen van zijn vingers. Hij heeft twee beenprotheses”, vertelt Anita.
Op een avond werd Bart plotseling ziek nadat hij net naar bed was gebracht. Binnen een uur kreeg hij oorpijn, koorts en moest hij overgeven. Anita belde die nacht de huisartsenpost, maar voelde zich niet serieus genomen. “Wat ik daar te horen kreeg was: ‘Geef nog maar een extra zetpil en als u het niet vertrouwt dan moet u maar even bij hem op de kamer gaan liggen.’ Daar was ik niet heel blij mee.”
De volgende ochtend zakte Bart in elkaar. Zijn ouders konden met spoed terecht en in het ziekenhuis ging zijn toestand snel achteruit. “De artsen hebben op een gegeven moment gezegd: ‘U moet nu afscheid nemen, want we denken niet dat hij het gaat redden.'” In hun wanhoop namen zijn ouders direct contact op met het WKZ, waar Bart uiteindelijk werd opgenomen. “Dat is uiteindelijk zijn redding geweest.”
Enkele dagen later werd bevestigd dat het om meningokokken ging, maar toen was de schade al groot. “Op de ic begon een aantal ledematen van Bart al zwart te worden.” Zijn vingers waren inmiddels aangetast en amputaties leken onvermijdelijk. “De artsen wilden het ook gewoon het lichaam de tijd geven, want soms herstelt het toch nog weer wat. Zodra het duidelijk was wat er echt afgestorven was, zijn ze gaan opereren.”
Hoewel Bart de meest kritieke fase heeft overleefd, moet hij zijn hele leven met een beperking leven. Volgens zijn moeder blijft hij opvallend positief, al zijn er ook moeilijke momenten. “Omdat hij er anders uitziet dan de meeste kindjes. Of omdat hij niet zo hard kan rennen als zijn klasgenoten.”
Kinderarts Michiel van der Flier noemt Bart een bron van inspiratie. “Hij heeft natuurlijk allerlei beperkingen. (…) Als je iemand als Bart voorbij ziet komen en zijn ouders, dan denk je: blijf optimistisch en probeer zo goed mogelijk er wat van te maken.”