
PVV-kiezers reageren overwegend negatief op de afsplitsing van zeven Kamerleden, maar steunen opvallend genoeg veel van de inhoudelijke kritiek die de afsplitsers uiten. Dat blijkt uit onderzoek van het RTL Nieuwspanel onder bijna 2000 kiezers van de PVV.
Dinsdag stapten 7 van de 26 PVV-fractieleden uit de partij en begonnen een eigen politieke beweging. Het gaat om Gidi Markuszower, René Claassen, Hidde Heutink, Tamara ten Hove, Annelotte Lammers, Nicole Moinat en Shanna Schilder.
Zij verwijten Geert Wilders een ‘te autoritaire leiderschapsstijl’, een ‘mislukte campagne’ en ze verzetten zich tegen de keuze om geen samenwerking aan te gaan met het beoogde minderheidskabinet.
Achterban keurt afsplitsing af
Onder mensen die in oktober op de PVV stemden overheerst duidelijk onvrede over de breuk. Voor veel kiezers weegt partij-eenheid zwaarder dan interne meningsverschillen. Ook kiezers van andere rechtse partijen balen van de afsplitsing: “Weer een partij op rechts. Nog meer versplintering. Ik zie graag een rechts kabinet, maar met dit gezeik waarbij ze elkaar continu de tent uitvechten op rechts gaat dat nooit lukken”, aldus een JA21-kiezer.
Tegelijkertijd onderschrijft de PVV-achterban belangrijke standpunten van de afsplitsers. Zo vinden 6 op de 10 PVV-kiezers dat de partij een ledenpartij zou moeten worden. De PVV kent nu slechts één officieel lid: Geert Wilders zelf. Onder zijn achterban is behoefte aan meer betrokkenheid en inspraak, zo’n 4 op de 10 zouden graag lid willen worden van de partij.
Andere koers
Ook over de politieke strategie van de PVV zijn kiezers kritisch. Driekwart van de PVV-kiezers (76 procent) vindt dat de partij plannen van het minderheidskabinet zou moeten steunen. De afsplitsers zeggen daar wél toe bereid te zijn, terwijl Wilders vasthoudt aan een harde oppositielijn.
Toch is de bereidheid om daadwerkelijk over te stappen, beperkt. 14 procent van de PVV-kiezers acht de kans groot dat zij bij verkiezingen op de nieuwe partij zouden stemmen. 65 procent noemt die kans klein.
Opvallend genoeg is er één partij waarvan de achterban enthousiaster is over de nieuwe fractie dan PVV-kiezers. Bij BBB-kiezers zegt 16 procent een overstap te overwegen, bij JA21-kiezers 10 procent.
Het lijkt tegenstrijdig: kiezers zijn het eens met de afsplitsers en willen een nieuwe koers bij de PVV, maar staan niet massaal te springen om een nieuwe partij. Dat zit hem vooral in de persoon Geert Wilders: het vertrouwen in hem als partijleider is amper aangetast door de breuk. In december was dat 82 procent, nu zegt 79 procent van de PVV-kiezers hem te vertrouwen.
De meesten vinden Wilders nog altijd de onbetwiste leider van de PVV en de juiste persoon om hen te vertegenwoordigen, maar zij zijn ook kritisch: “Ik vind dat hij goed debatteert en hij weet wat er onder het volk leeft. Hij heeft de problemen altijd durven te benoemen. Hij moet alleen niet alle macht naar zich toe trekken, want je ziet wat er nu gebeurt.”
Andere kiezers zijn blij
Kiezers van andere partijen, vooral op links en in het midden, staan wel te juichen om deze afsplitsing. “Als dat gedachtengoed dan toch zo nodig moet worden uitgedragen, dan graag door een democratische club. Door discussie toe te laten, kunnen standpunten evolueren”, vindt een D66-kiezer.
Anderen zijn vooral blij met de versplintering op rechts, bijvoorbeeld deze kiezer van GroenLinks-PvdA: “Het kan mij niet slecht genoeg gaan met de PVV. Laat ze elkaar allemaal de tent uitvechten en zich niet bemoeien met het landsbestuur.”